Veel mensen hebben maanden na een corona-infectie nog steeds klachten. Onderzoekers van kennis- en behandelcentrum Ciro, Longfonds en de Universiteiten Maastricht en Hasselt wijzen op de waarschijnlijkheid van een ‘post-COVID-19 syndroom’. Dit blijkt uit de studie die vandaag in ERJ Open Research – een van de meest gewaardeerde peer-reviewed respiratoire tijdschriften in Europa - is gepubliceerd. Het gaat om het eerste onderzoek dat dit syndroom beschrijft.

Het onderzoek is gedaan onder mensen die langdurige klachten ervaren na corona. Opvallend is dat de deelnemers veelal jonge mensen (gemiddeld 47 jaar) betreft die voorheen gezond waren en vaak alleen zogenoemd ‘mild corona’ hadden. Bovendien is het merendeel (95%) niet in het ziekenhuis opgenomen geweest.

Voor het onderzoek werd een vragenlijst verspreid via de Facebook-groep ‘Coronapatiënten met langdurige klachten’ en een Vlaamse Facebookgroep. Daarnaast werden mensen benaderd via coronalongplein.nl. Meer dan de helft van de 2113 respondenten heeft 80 dagen na de eerste symptomen van het virus nog 6 ernstige klachten. Met name vermoeidheid en benauwdheid worden het meest genoemd. Slechts 0.7% van de deelnemers is klachtenvrij.

“De resultaten uit het onderzoek zijn opmerkelijk, zeker omdat het om een vrij jonge groep mensen gaat die eerder aangaven in goede gezondheid te verkeren”, aldus Ciro-onderzoeker drs. Yvonne Goërtz. “Dit vraagt om meer onderzoek naar hoe vaak dit probleem voorkomt en of de genoemde klachten aanhouden. Ook is het belangrijk dat zorgprofessionals zich bewust zijn dat mensen nog lang een grote verscheidenheid aan klachten kunnen ervaren.”

Longfonds is blij met deze aandacht vanuit wetenschappelijke hoek. Longfonds-directeur Michael Rutgers: “Het is belangrijk dat mensen met langdurige klachten na corona gezien, gehoord en geholpen worden. Deze publicatie helpt om ervoor te zorgen dat deze groep serieus genomen wordt. Longfonds blijft deze groep o.a. via coronalongplein volgen. Om ervoor te zorgen dat de (na)zorg na corona voortdurend in ontwikkeling blijft en we meer wetenschappelijk onderzoek kunnen starten.”